Deze blogpost beantwoordt die vraag aan de hand van een recent arrest van het hof van beroep Brussel.
Subrogatie in de ABR-context
Artikel 95 Wet Verzekeringen regelt de subrogatie:
- De verzekeraar die schade vergoedt, treedt in de rechten en rechtsvorderingen van de verzekerde of begunstigde.
- Dat verhaal richt zich enkel tegen aansprakelijke derden.
De subrogatie (of indeplaatsstelling) van de verzekeraar vereist in de eerste plaats een betaling van de schadevergoeding door de verzekeraar . In dat geval treedt de verzekeraar ten belope van het bedrag van die vergoeding in de rechten en rechtsvorderingen van de verzekerde of de begunstigde tegen de aansprakelijke derden. De gesubrogeerde verzekeraar oefent dus de in feite de vordering van de verzekerde of begunstigde uit.
De gesubrogeerde verzekeraar beschikt krachtens voormeld artikel 95 Wet Verzekeringen enkel over een vordering tegen de “aansprakelijke derde” en niet tegen de verzekerde zelf . De invulling van het begrip “aansprakelijke derde” is dus essentieel voor de uitoefening van het subrogatoir verhaalsrecht.
De vraag wie een “aansprakelijke derde” is, komt regelmatig voor bij een ABR-verzekering.
Een ABR-verzekering waarborgt de schade aan werken in oprichting . Een ABR-verzekering is dus in eerste instantie een verzekering (die waarborg is gekend als “Afdeling 1”). Het doel van die waarborg is (i) het vermijden van discussies over de oorzaak en de aansprakelijkheid voor schade tijdens het bouwproces; en (ii) de voorkoming van vertraging van de werken door geschillen tussen de betrokken partijen . Daarnaast biedt de ABR-verzekering ook een facultatieve waarborg buitencontractuele aansprakelijkheid en burenhinder (die waarborg is gekend als “Afdeling 2”). De ABR-verzekering wordt meestal (voor een specifieke werf of als abonnementspolis) afgesloten door de bouwheer of de hoofdaannemer voor rekening van alle bouwactoren (architect, studiebureau, andere aannemers, en dergelijke meer) actief op de werf . Een ABR-verzekering bevat dus verschillende bouwactoren die elk als verzekerde beschouwd worden, bijvoorbeeld:
- de bouwheer,
- de hoofdaannemer,
- onderaannemers,
- architect(en),
- ingenieurs en andere studiebureaus.
In het geval van een schadegeval waarbij de aansprakelijkheid van één van de bouwactoren (andere dan de bouwheer) betrokken is, stelt zich dus de vraag of die bouwactor (ten aanzien van de bouwheer of gesubrogeerde ABR-verzekeraar) een aansprakelijke derde in de zin van artikel 95 Wet Verzekeringen is
De sleutel: het verzekerbaar belang
Het volstaat niet dat de bouwactor in kwestie vermeld is als verzekerde in de ABR-polis opdat hij niet meer beschouwd kan worden als een aansprakelijke derde in de zin van artikel 95 Wet Verzekeringen.
Het is belangrijk om geval per geval te beoordelen of de aansprakelijke bouwactor een verzekerde is (en dus een verzekerbaar belang heeft).
De hoedanigheid van verzekerde in de zin van artikel 95 Wet Verzekeringen moet bovendien niet (enkel) beoordeeld worden op niveau van de effectief vergoedde prestatie. Immers, het verzekerbaar belang in een zaakverzekering kan ook bestaan in hoofde van een persoon die geen titularis is van een zakelijk recht op een goed, maar een belang heeft bij het behoud ervan in een andere hoedanigheid
Het hof van beroep onderzoekt eerst de hoedanigheid van de ingenieur in de ABR-polis. Daarbij kijkt het hof niet enkel naar de tekst van de polis, maar naar het verzekerbaar belang.
Het hof besluit:
- De ABR-verzekeraar kwam onder Afdeling 1 tussen voor de schade aan het gebouw.
- Voor die schade heeft vooral de bouwheer een verzekerbaar belang, als eigenaar.
- De andere bouwactor (concreet: een ingenieur) heeft geen eigen verzekerbaar belang bij het behoud van het gebouw.
Het feit dat de bouwactor als “verzekerde” opgenomen is in de polis, verandert daar niets aan. In de context van de vergoede schade onder Afdeling 1 blijft hij, ten aanzien van de ABR-verzekeraar, een aansprakelijke derde.
Gevolg: de ABR-verzekeraar kan op grond van artikel 95 Wet Verzekeringen een subrogatoir verhaalsrecht uitoefenen tegen de ingenieur en diens aansprakelijkheidsverzekeraar.
Afstand van verhaal en andere clausules in de ABR-polis
Veel ABR-polissen bevatten een beding van afstand van verhaal, bijvoorbeeld ten gunste van alle partijen die als verzekerde in de polis zijn opgenomen, behalve in geval van opzet of bedrog. Soms wordt die afstand beperkt tot zover de aansprakelijke persoon de schade niet kan afwentelen op een andere verzekering of een andere aansprakelijke.
Belangrijke aandachtspunten voor de praktijk:
- Een algemene vermelding als verzekerde is niet altijd beslissend.
- Een beding van afstand van verhaal wordt vaak genuanceerd door bijkomende voorwaarden (zoals de mogelijkheid om de schade af te wentelen).
- De analyse moet gebeuren per schadegeval, per dekking en per betrokken partij.
Conclusie: wie is nu een aansprakelijke derde?
Samengevat:
- Subrogatie geeft de verzekeraar een verhaalsrecht tegen aansprakelijke derden, niet tegen de eigen verzekerde.
- Of iemand verzekerde of derde is, hangt af van het verzekerbaar belang en de concrete dekking, niet alleen van de tekst in de polis.
- Een ingenieur die geen eigen belang heeft bij de schade aan het gebouw, blijft een aansprakelijke derde tegenover de ABR-verzekeraar.
- Afstandsbedingen moeten zorgvuldig gelezen worden, samen met hun beperkingen.
- Een grondige analyse van het verzekerbaar belang per partij kan het verschil maken tussen een verloren en een geslaagd verhaal.
Wil je de verhaalopties in een concreet ABR-dossier laten analyseren?
Bij Amankwah Law begeleiden we verzekeraars en schadebeheerders in complexe bouw- en ABR-dossiers. We brengen de betrokken partijen, de verzekerbare belangen en de verhaalsmogelijkheden helder in kaart en vertalen dat naar een concreet stappenplan.
Wil je een dossier laten screenen of sparren over de verhaalsstrategie? Neem dan contact op.