Opzet van één verzekerde: verliest ook de medeverzekerde zijn dekking?

Een echtgenoot veroorzaakt opzettelijk brand in de gezinswoning. Beide echtgenoten zijn eigenaar van het gebouw en verzekerd onder dezelfde brandpolis.

Een werknemer brengt opzettelijk schade toe aan een derde. Zijn werkgever wordt voor die schade burgerrechtelijk aansprakelijk gesteld.

Een bestuurder veroorzaakt opzettelijk een ongeval met een voertuig dat eigendom is van een andere verzekerde.

Kan de verzekeraar in die situaties de dekking weigeren aan iedereen die onder de verzekeringsovereenkomst verzekerd is?

Niet automatisch.

Het verzekeringsrechtelijke opzet heeft een persoonlijk karakter. In beginsel verliest alleen de verzekerde die het schadegeval zelf opzettelijk heeft veroorzaakt zijn recht op dekking.

Het persoonlijke opzet van één verzekerde kan dus niet zonder meer worden tegengeworpen aan andere verzekerden die vreemd bleven aan het ontstaan van het schadegeval.

Kort samengevat

  • Artikel 62 Wet Verzekeringen viseert degene die het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt.
  • Het opzet van één verzekerde treft niet automatisch alle andere verzekerden onder dezelfde polis.
  • Een familieband, gezamenlijke eigendom of gezamenlijke verzekering volstaat niet om het opzet van de ene verzekerde aan de andere toe te rekenen.
  • Ook iemand die uitsluitend burgerrechtelijk aansprakelijk is voor de daad van een ander, heeft het schadegeval daarom nog niet zelf opzettelijk veroorzaakt.
  • De verzekeraar moet voor iedere verzekerde afzonderlijk aantonen dat het opzet persoonlijk aan hem kan worden toegerekend.
  • Een andere verzekerde kan zijn dekking wel verliezen wanneer hij zelf aan het opzettelijke schadegeval heeft deelgenomen of daartoe opdracht heeft gegeven.

Het uitgangspunt van artikel 62 Wet Verzekeringen

Artikel 62, eerste lid Wet Verzekeringen bepaalt:

“Niettegenstaande enig andersluidend beding, kan de verzekeraar niet verplicht worden dekking te geven aan hem die het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt.”

De formulering van de wet is belangrijk.

De wet bepaalt niet dat ieder schadegeval waarbij opzet betrokken is volledig buiten de verzekering valt. Zij bepaalt dat de verzekeraar geen dekking moet verlenen aan degene die het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt.

De dekkingsweigering is dus verbonden aan de persoon van de verzekerde die vrijwillig en bewust schade wilde veroorzaken.

De opzettelijke fout van één verzekerde heeft bijgevolg niet automatisch tot gevolg dat ook alle andere verzekerden hun recht op dekking verliezen. Voor iedere verzekerde moet afzonderlijk worden onderzocht of hij zelf opzettelijk heeft gehandeld.

Voor een bespreking van de inhoud van het verzekeringsrechtelijke opzetbegrip verwijzen wij naar onze eerdere bijdrage: Wanneer is een schadegeval opzettelijk veroorzaakt?

Eerst bepalen wie aanspraak maakt op dekking

Bij de beoordeling van het persoonlijke karakter moet eerst worden nagegaan wie precies aanspraak maakt op de verzekeringsprestatie.

De verzekeringnemer, de verzekerde en de begunstigde zijn immers niet noodzakelijk dezelfde persoon.

  • De verzekeringnemer is degene die de verzekeringsovereenkomst sluit.
  • De verzekerde is degene wiens belang, persoon of aansprakelijkheid door de overeenkomst wordt gedekt.
  • De begunstigde is degene die volgens de overeenkomst recht heeft op de verzekeringsprestatie.

Eenzelfde verzekeringsovereenkomst kan bovendien meerdere verzekerden omvatten.

Bij een brandverzekering kunnen bijvoorbeeld beide echtgenoten verzekerd zijn voor hun belang in de woning. Bij een omniumverzekering kunnen zowel de eigenaar als de toegelaten bestuurder als verzekerde worden aangemerkt. Ook een aansprakelijkheidsverzekering kan verschillende personen binnen een gezin of onderneming verzekeren.

De verzekeraar moet daarom voor iedere persoon afzonderlijk onderzoeken:

  • in welke hoedanigheid die persoon bij de verzekeringsovereenkomst betrokken is;
  • welk belang of welke aansprakelijkheid door de overeenkomst wordt gedekt;
  • of die persoon zelf het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt;
  • of hij persoonlijk aan de voorbereiding of uitvoering van het schadegeval heeft deelgenomen.

Het arrest van het Hof van Cassatie van 8 mei 2014

Het Hof van Cassatie bevestigde het persoonlijke karakter van opzet uitdrukkelijk in een arrest van 8 mei 2014.

De zaak had betrekking op een voertuig dat eigendom was van een man en bij een verzekeraar omnium verzekerd was. Ook zijn echtgenote was volgens de verzekeringsovereenkomst een verzekerde persoon.

De echtgenote veroorzaakte opzettelijk een ongeval met het verzekerde voertuig.

De eigenaar van het voertuig vroeg vervolgens aan de verzekeraar om de schade aan het voertuig op grond van de omniumverzekering te vergoeden. Hij had het schadegeval zelf niet veroorzaakt en in zijn hoofde werd geen opzettelijke fout aangevoerd.

De verzekeraar weigerde niettemin dekking. De verzekeraar beriep zich op een polisbeding op grond waarvan geen vergoeding verschuldigd was wanneer het schadegeval opzettelijk werd veroorzaakt door een verzekerde persoon.

De rechtbank van eerste aanleg volgde die redenering. Zij oordeelde dat de eigenaar geen aanspraak kon maken op de omniumdekking omdat zijn echtgenote, die eveneens een verzekerde persoon was, het schadegeval opzettelijk had veroorzaakt.

Het Hof van Cassatie vernietigde die beslissing.

Volgens het Hof kan het recht op verzekeringsdekking slechts worden ontzegd aan de verzekerde die zelf een opzettelijke fout heeft begaan.

Het persoonlijke opzet van één verzekerde kan niet tot gevolg hebben dat ook een andere verzekerde, die zelf geen opzettelijke fout heeft begaan, zijn recht op dekking verliest.

Een polisbeding kan niet worden toegepast om het persoonlijke opzet van één verzekerde automatisch aan alle andere verzekerden tegen te werpen.

In deze zaak was de eigenaar van het voertuig niet betrokken bij het opzettelijk veroorzaakte ongeval. Aangezien in zijn hoofde geen opzet werd aangevoerd, mocht de verzekeraar hem de omniumdekking niet uitsluitend wegens het persoonlijke opzet van zijn echtgenote weigeren.

De kernles uit het arrest

Het arrest maakt duidelijk dat bij meerdere verzekerden steeds een afzonderlijke beoordeling moet worden gemaakt.

De relevante vraag is niet alleen of iemand die onder de polis verzekerd is het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt.

Er moet voor iedere persoon die aanspraak maakt op dekking worden onderzocht of die persoon zelf:

  • vrijwillig en bewust schade wilde veroorzaken;
  • de schadeverwekkende handeling heeft gesteld;
  • opdracht heeft gegeven om de schade te veroorzaken;
  • als mededader of medeplichtige heeft gehandeld;
  • op een andere wijze persoonlijk aan het opzettelijke schadegeval heeft deelgenomen.

Het volstaat dus niet dat:

  • de dader en de andere verzekerde onder dezelfde polis zijn verzekerd;
  • zij echtgenoten, familieleden of gezinsleden zijn;
  • de andere verzekerde eigenaar is van het beschadigde goed;
  • de andere verzekerde voor de schade burgerrechtelijk aansprakelijk kan zijn;
  • de polis bepaalt dat opzet door “een verzekerde persoon” niet wordt gedekt.

De verzekeraar moet aantonen waarom de verzekerde aan wie hij dekking weigert zelf opzettelijk heeft gehandeld of persoonlijk bij het opzettelijke schadegeval betrokken was.

Wat betekent dit voor medeverzekerden?

Wanneer verschillende personen onder dezelfde verzekeringsovereenkomst verzekerd zijn, beschikt iedere verzekerde in beginsel over een eigen recht op dekking.

De verzekeraar mag de dekking weigeren aan de verzekerde die zelf opzettelijk schade heeft veroorzaakt. Hij mag dat persoonlijke opzet niet zonder meer gebruiken om ook de dekking van een andere verzekerde te weigeren.

Het enkele feit dat beide personen:

  • onder dezelfde polis zijn verzekerd;
  • hetzelfde goed bezitten;
  • tot hetzelfde gezin behoren;
  • binnen dezelfde onderneming actief zijn;
  • voor dezelfde schade aansprakelijk worden gesteld;

volstaat niet om het opzet van de ene persoon aan de andere toe te rekenen.

De verzekeraar moet voor iedere verzekerde een afzonderlijke juridische en feitelijke beoordeling maken.

Echtgenoten en mede-eigenaars

Het persoonlijke karakter van opzet is bijzonder relevant wanneer echtgenoten of andere mede-eigenaars samen een goed verzekeren.

Stel dat twee echtgenoten samen eigenaar zijn van een woning en beiden door de brandverzekering worden gedekt. Eén echtgenoot sticht opzettelijk brand. De andere echtgenoot is niet bij de brandstichting betrokken.

De verzekeraar kan zich tegenover de brandstichter op artikel 62 Wet Verzekeringen beroepen. Daaruit volgt evenwel niet automatisch dat ook de andere echtgenoot zijn recht op dekking verliest.

De hoedanigheid van echtgenoot, mede-eigenaar of medeverzekerde volstaat niet om het persoonlijke opzet van de brandstichter aan de andere verzekerde toe te rekenen.

Het arrest van het Hof van Cassatie van 8 mei 2014 illustreert hetzelfde beginsel binnen een omniumverzekering. De eigenaar van het voertuig behield zijn recht op dekking, hoewel zijn echtgenote, die eveneens verzekerd was, het ongeval opzettelijk had veroorzaakt.

Voor iedere verzekerde moet dus afzonderlijk worden nagegaan of hij zelf opzettelijk heeft gehandeld en of zijn eigen belang door de betrokken verzekeringswaarborg wordt gedekt.

Kwalitatieve aansprakelijkheid is geen persoonlijk opzet

Het persoonlijke karakter is ook van belang wanneer iemand burgerrechtelijk aansprakelijk is voor de daad van een andere persoon.

De wet kan iemand aansprakelijk stellen voor schade die door een ander werd veroorzaakt. Dat wordt doorgaans kwalitatieve aansprakelijkheid genoemd.

Voorbeelden zijn:

  • de aansprakelijkheid van een werkgever of aansteller voor een werknemer of aangestelde;
  • de aansprakelijkheid van ouders of andere gezagdragers voor een minderjarige;
  • de aansprakelijkheid van een rechtspersoon voor bepaalde handelingen van haar organen;
  • de aansprakelijkheid van een hoofdhuurder voor bepaalde gedragingen van een onderhuurder.

Het feit dat iemand burgerrechtelijk moet instaan voor de opzettelijke daad van een ander, betekent niet dat hij die daad zelf opzettelijk heeft gesteld.

De aansprakelijkheid voor andermans daad en de verzekeringsrechtelijke toerekening van opzet zijn twee verschillende vragen.

De verzekeraar kan het persoonlijke opzet van de schadeverwekker daarom niet automatisch tegenwerpen aan degene die uitsluitend kwalitatief aansprakelijk is.

Werkgever en werknemer

Een werknemer kan tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden opzettelijk schade veroorzaken aan een klant, collega of derde.

De werkgever kan onder bepaalde voorwaarden voor die schade aansprakelijk worden gesteld. Daaruit volgt evenwel niet dat de werkgever het schadegeval zelf opzettelijk heeft veroorzaakt.

Wanneer de werkgever uitsluitend wordt aangesproken in zijn hoedanigheid van aansteller, kan de verzekeraar het persoonlijke opzet van de werknemer niet zonder meer gebruiken om ook de dekking van de werkgever te weigeren.

De beoordeling kan anders zijn wanneer de werkgever zelf:

  • opdracht gaf om de schade te veroorzaken;
  • bewust aan de opzettelijke handeling deelnam;
  • zelf een beslissing nam die gericht was op het veroorzaken van schade;
  • een eigen opzettelijke fout beging die het schadegeval veroorzaakte.

In dat geval is niet langer uitsluitend sprake van aansprakelijkheid voor de daad van de werknemer. Er kan dan ook een eigen opzettelijke fout van de werkgever bestaan.

Ouders en minderjarige kinderen

Hetzelfde onderscheid kan spelen binnen een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid privéleven.

Wanneer een minderjarige opzettelijk schade veroorzaakt, kan de verzekeraar zich onder bepaalde voorwaarden tegenover de minderjarige op het persoonlijke karakter van die opzettelijke fout beroepen.

Daaruit volgt niet automatisch dat de verzekeraar ook de dekking mag weigeren voor de aansprakelijkheid van de ouders.

De ouders hebben het schadegeval door de enkele toepassing van een wettelijke aansprakelijkheidsregel niet zelf opzettelijk veroorzaakt.

Ook hier kan de situatie anders zijn wanneer een ouder zelf heeft meegewerkt aan het schadegeval, daartoe opdracht heeft gegeven of een eigen opzettelijke fout heeft begaan.

De vraag of het opzet van de minderjarige aan de benadeelde kan worden tegengeworpen, is een andere juridische vraag. Zij heeft betrekking op de rechtstreekse vordering van de benadeelde tegen de aansprakelijkheidsverzekeraar en wordt in een afzonderlijke bijdrage besproken.

Huurder, onderhuurder en medebewoner

Ook in huurverhoudingen kunnen verschillende personen betrokken zijn bij hetzelfde verzekerde risico.

Wanneer een onderhuurder of medebewoner opzettelijk brand sticht, kan de hoofdhuurder mogelijk burgerrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor de brandschade.

Die mogelijke aansprakelijkheid betekent evenwel niet dat de hoofdhuurder de brand zelf opzettelijk heeft veroorzaakt.

De verzekeraar kan het persoonlijke opzet van de onderhuurder of medebewoner daarom niet zonder bijkomend bewijs aan de hoofdhuurder tegenwerpen.

Hij moet aantonen dat de hoofdhuurder zelf:

  • aan de brandstichting heeft deelgenomen;
  • daartoe opdracht heeft gegeven;
  • bewust heeft meegewerkt aan de voorbereiding of uitvoering ervan;
  • door een eigen opzettelijk handelen of nalaten schade wilde veroorzaken.

Een contractuele of wettelijke aansprakelijkheid voor de onderhuurder volstaat op zichzelf niet.

Kan het opzet van een bestuurder aan een vennootschap worden toegerekend?

Bij rechtspersonen is de beoordeling complexer.

Een vennootschap handelt noodzakelijk via natuurlijke personen, zoals bestuurders, zaakvoerders, leidinggevenden en werknemers. Toch is de opzettelijke fout van een van die personen niet automatisch ook de opzettelijke fout van de vennootschap.

Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen:

  • de situatie waarin de vennootschap uitsluitend aansprakelijk is voor de daad van een bestuurder of werknemer; en
  • de situatie waarin de opzettelijke gedraging als een eigen handeling van de vennootschap kan worden beschouwd.

Wanneer een werknemer of bestuurder uitsluitend om persoonlijke redenen opzettelijk schade veroorzaakt, kan de vennootschap mogelijk voor zijn daad aansprakelijk zijn. Dat volstaat niet noodzakelijk om haar verzekeringsrechtelijk als de opzettelijke dader te beschouwen.

De beoordeling kan anders zijn wanneer de beslissing om schade te veroorzaken:

  • namens de vennootschap werd genomen;
  • uitging van de personen die haar beleid bepalen;
  • verband hield met de eigen werking of belangen van de vennootschap;
  • in de concrete omstandigheden als een eigen gedraging van de rechtspersoon moet worden beschouwd.

De formele titel van de natuurlijke persoon is daarbij niet noodzakelijk doorslaggevend. Ook zijn werkelijke rol, beslissingsbevoegdheid en verantwoordelijkheid binnen de organisatie kunnen relevant zijn.

De verzekeraar moet aantonen waarom de opzettelijke wil van de natuurlijke persoon in het concrete geval als een eigen opzet van de rechtspersoon moet worden aangemerkt.

Wanneer kan een medeverzekerde toch zijn dekking verliezen?

Het persoonlijke karakter betekent niet dat een verzekerde zijn dekking altijd behoudt zodra hij niet zelf de materiële uitvoerder van de schadeverwekkende handeling was.

De verzekeraar kan zich ook tegenover een andere verzekerde op artikel 62 Wet Verzekeringen beroepen wanneer hij bewijst dat die verzekerde zelf opzettelijk bij het schadegeval betrokken was.

Dat kan onder meer het geval zijn wanneer de verzekerde:

  • zelf de schade heeft veroorzaakt;
  • als mededader of medeplichtige heeft gehandeld;
  • opdracht heeft gegeven om de schade te veroorzaken;
  • bewust heeft meegewerkt aan de voorbereiding of uitvoering van het schadegeval;
  • door een eigen opzettelijk nalaten schade wilde veroorzaken;
  • de opzettelijke handeling als een eigen beslissing van zijn onderneming heeft genomen.

Doorslaggevend blijft dat in hoofde van de betrokken verzekerde zelf een wil om schade te veroorzaken wordt vastgesteld.

Kan de polis het opzet van één verzekerde aan alle verzekerden tegenwerpen?

Een verzekeringsovereenkomst kan het persoonlijke karakter van artikel 62 Wet Verzekeringen niet neutraliseren door te bepalen dat het opzet van één verzekerde automatisch alle andere verzekerden hun dekking ontneemt.

Het Hof van Cassatie bevestigde dit in zijn arrest van 8 mei 2014.

Een polisbeding kon niet worden toegepast om de eigenaar van het voertuig van dekking uit te sluiten wegens het opzettelijke handelen van zijn echtgenote, terwijl in hoofde van de eigenaar zelf geen opzettelijke fout werd aangevoerd.

Dat belet niet dat een verzekeringsovereenkomst andere geldige bepalingen kan bevatten die het verzekerde risico afbakenen.

Zo moet steeds worden nagegaan:

  • wie volgens de polis verzekerd is;
  • welk belang of welke aansprakelijkheid wordt gedekt;
  • welke schade binnen de omschrijving van de waarborg valt;
  • of een afzonderlijke en geldige uitsluiting van toepassing is.

Een dergelijke bepaling mag echter niet worden gebruikt als een collectief verval waarbij het persoonlijke opzet van één verzekerde automatisch alle andere verzekerden treft.

Wie moet de persoonlijke toerekening bewijzen?

De verzekeraar die dekking weigert wegens opzet, draagt de bewijslast en het bewijsrisico.

Hij moet niet alleen aantonen dat het schadegeval opzettelijk werd veroorzaakt. Hij moet ook bewijzen dat de opzettelijke gedraging persoonlijk kan worden toegerekend aan de verzekerde tegen wie hij de dekking weigert.

Het volstaat niet om aan te tonen dat:

  • een andere verzekerde opzettelijk handelde;
  • de betrokken personen familieleden of zakenpartners zijn;
  • de verzekerde burgerrechtelijk aansprakelijk is voor de dader;
  • de verzekerde voordeel kon halen uit het schadegeval;
  • de verzekerde eigenaar is van het beschadigde goed.

Er moeten concrete bewijselementen bestaan waaruit de eigen betrokkenheid en de eigen wil om schade te veroorzaken blijken.

De positie van de benadeelde is een afzonderlijke vraag

Het persoonlijke karakter van opzet heeft in de eerste plaats betrekking op de verhouding tussen de verzekeraar en de verschillende verzekerden.

Daarnaast kan de vraag rijzen of de aansprakelijkheidsverzekeraar het opzet van zijn verzekerde ook kan tegenwerpen aan de benadeelde die een rechtstreekse vordering tegen hem instelt.

Dat is een afzonderlijke juridische vraag.

Het antwoord hangt onder meer af van:

  • de aard van de aansprakelijkheidsverzekering;
  • het verplichte of niet-verplichte karakter ervan;
  • de artikelen 150 en 151 Wet Verzekeringen;
  • de eventuele bijzondere wettelijke bescherming van de benadeelde.

De tegenwerpelijkheid van opzet aan de benadeelde wordt daarom in een afzonderlijke bijdrage behandeld.

Praktische checklist

Wanneer één verzekerde het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt, moeten minstens de volgende vragen worden onderzocht:

  1. Wie vraagt dekking?
    Gaat het om de persoon die de schade veroorzaakte, een andere verzekerde, de verzekeringnemer, een eigenaar of een begunstigde?
  2. Welke hoedanigheid heeft die persoon onder de polis?
    Wordt zijn eigen belang of aansprakelijkheid daadwerkelijk door de verzekeringsovereenkomst gedekt?
  3. Heeft die persoon zelf schade willen veroorzaken?
    Of wordt hij alleen aangesproken wegens zijn juridische of feitelijke band met de werkelijke dader?
  4. Was er persoonlijke deelname?
    Heeft hij de daad gesteld, voorbereid, bevolen of bewust mee uitgevoerd?
  5. Is uitsluitend sprake van kwalitatieve aansprakelijkheid?
    Aansprakelijkheid voor andermans daad vormt niet automatisch een eigen opzettelijke fout.
  6. Welke bewijzen voert de verzekeraar aan?
    De persoonlijke betrokkenheid en de wil om schade te veroorzaken moeten concreet worden aangetoond.
  7. Bevat de polis een andere relevante dekkingsbepaling?
    Een afzonderlijke geldige uitsluiting moet worden onderscheiden van een verboden uitbreiding van het persoonlijke opzet.

Besluit

Het opzet van één verzekerde heeft niet automatisch tot gevolg dat ook alle andere verzekerden onder dezelfde verzekeringsovereenkomst hun recht op dekking verliezen.

Artikel 62 Wet Verzekeringen viseert degene die het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt. De verzekeraar moet daarom voor iedere verzekerde afzonderlijk nagaan en bewijzen of hij zelf vrijwillig en bewust schade wilde veroorzaken.

Een familieband, gezamenlijke eigendom, contractuele relatie of kwalitatieve aansprakelijkheid volstaat niet om het persoonlijke opzet van de dader aan een andere verzekerde toe te rekenen.

De beoordeling kan anders zijn wanneer de andere verzekerde zelf aan het schadegeval deelnam, daartoe opdracht gaf of een eigen opzettelijke fout beging.

Het arrest van het Hof van Cassatie van 8 mei 2014 illustreert dat beginsel duidelijk. De eigenaar van een omniumverzekerd voertuig mocht zijn dekking niet verliezen uitsluitend omdat zijn echtgenote, die eveneens verzekerd was, het ongeval opzettelijk had veroorzaakt.

Het onderscheid is in de praktijk van groot belang. Het bepaalt of de verzekeraar zijn dekking alleen tegenover de opzettelijke dader kan weigeren, dan wel ook tegenover een andere verzekerde die zelf aantoonbaar bij het opzettelijke schadegeval betrokken was.

Veelgestelde vragen

Verliest een echtgenoot zijn dekking wanneer de andere echtgenoot opzettelijk brand sticht?

Niet automatisch. De verzekeraar moet aantonen dat de echtgenoot die aanspraak maakt op dekking zelf bij de brandstichting betrokken was of zelf vrijwillig en bewust schade wilde veroorzaken.

Kan het opzet van een werknemer aan de werkgever worden tegengeworpen?

Niet wanneer de werkgever uitsluitend burgerrechtelijk aansprakelijk is voor de werknemer. De beoordeling kan anders zijn wanneer de werkgever zelf opdracht gaf, bewust deelnam of een eigen opzettelijke fout beging.

Verliest een eigenaar zijn omniumdekking wanneer een andere verzekerde bestuurder opzettelijk een ongeval veroorzaakt?

Niet uitsluitend om die reden. Volgens het arrest van het Hof van Cassatie van 8 mei 2014 kan het persoonlijke opzet van de bestuurder niet zonder meer worden tegengeworpen aan een andere verzekerde eigenaar die zelf geen opzettelijke fout heeft begaan.

Kan een polis bepalen dat het opzet van één verzekerde alle verzekerden treft?

Een polis kan het persoonlijke karakter van artikel 62 Wet Verzekeringen niet uitschakelen door het opzet van één persoon automatisch als een collectief verval voor alle andere verzekerden te behandelen.

Is het opzet van een bestuurder automatisch het opzet van de vennootschap?

Nee. Er moet worden onderzocht of de vennootschap uitsluitend aansprakelijk is voor de daad van de bestuurder, dan wel of de opzettelijke gedraging als een eigen beslissing of handeling van de vennootschap kan worden beschouwd.

Bronnen

 

Picture of Jeffrey Amankwah

Jeffrey Amankwah

Jeffrey Amankwah is advocaat aan de balie Limburg en focust op verzekeringsrecht, aansprakelijkheidsrecht en letselschade. Hij is vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan de KU Leuven en publiceert en doceert regelmatig over actuele ontwikkelingen in het verzekerings- en aansprakelijkheidsrecht.

Meer over Jeffrey Amankwah