“Opzet is niet verzekerd.”
Het is een vaak gehoorde samenvatting van een fundamenteel beginsel uit het verzekeringsrecht. Artikel 62, eerste lid Wet Verzekeringen bepaalt dat een verzekeraar niet verplicht kan worden dekking te verlenen aan degene die het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt.
De regel lijkt eenvoudig. De toepassing ervan is dat veel minder.
Een verzekerde kan bewust een gevaarlijke handeling stellen zonder de bedoeling te hebben schade te veroorzaken. Omgekeerd kan hij wel schade willen veroorzaken, maar niet de precieze schade die zich uiteindelijk voordoet. Ook het motief van de verzekerde valt niet noodzakelijk samen met zijn intentie om schade te veroorzaken.
In een arrest van 15 januari 2026 verduidelijkte het Hof van Cassatie opnieuw wanneer er sprake is van een opzettelijk schadegeval in de zin van artikel 62 Wet Verzekeringen.
Kort samengevat
- Een bewuste of vrijwillige handeling is op zichzelf niet voldoende.
- De verzekerde moet vrijwillig en bewust schade hebben willen veroorzaken.
- Hij hoeft niet de precieze aard of de volledige omvang van de schade te hebben beoogd.
- Het motief van de verzekerde moet worden onderscheiden van zijn wil om schade te veroorzaken.
- Bewust gevaarlijk of roekeloos handelen zonder de wil om schade te veroorzaken, is geen verzekeringsrechtelijk opzet.
Wat bepaalt artikel 62 Wet Verzekeringen?
Artikel 62, eerste lid Wet Verzekeringen bepaalt:
“Niettegenstaande enig andersluidend beding, kan de verzekeraar niet verplicht worden dekking te geven aan hem die het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt.”
De verzekerde kan de financiële gevolgen van een schadegeval dat hij zelf opzettelijk veroorzaakt niet afwentelen op zijn verzekeraar.
De bepaling heeft een persoonlijk karakter. Zij viseert degene die het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt.
Wat betekent “opzettelijk veroorzaakt”?
De Wet Verzekeringen bevat geen afzonderlijke definitie van het begrip opzet. De concrete invulling ervan werd in belangrijke mate ontwikkeld door de rechtspraak van het Hof van Cassatie.
Volgens de actuele cassatierechtspraak is het noodzakelijk, maar voldoende, dat de verzekerde door zijn handelen of nalaten vrijwillig en bewust schade heeft willen veroorzaken.
Er moet dus een onderscheid worden gemaakt tussen twee verschillende vormen van wil:
- de wil om een bepaalde handeling te stellen; en
- de wil om door die handeling schade te veroorzaken.
Alleen de tweede vorm beantwoordt aan het verzekeringsrechtelijke opzetbegrip.
Het feit dat iemand bewust te snel rijdt, door een rood licht rijdt, een veiligheidsvoorschrift negeert of een andere gevaarlijke handeling stelt, bewijst nog niet dat hij ook schade wilde veroorzaken. De gedraging kan bijzonder roekeloos of zwaar foutief zijn, maar daarom is zij nog niet noodzakelijk opzettelijk.
Het arrest van 15 januari 2026
De zaak die aanleiding gaf tot het arrest van 15 januari 2026 had betrekking op een brand in een gehuurde woning.
Op 19 januari 2017 ontstond brand in het pand dat door de verzekerde werd gehuurd. De brandverzekeraar van de eigenaar vergoedde de schade aan het gebouw en trad vervolgens in de rechten van de eigenaar. Hij vorderde zijn uitgaven terug van de huurder.
De huurder vroeg op zijn beurt dat dezelfde verzekeraar hem zou vrijwaren op grond van zijn verzekering voor huurdersaansprakelijkheid.
De verzekeraar weigerde die dekking. Volgens de verzekeraar had de huurder de brand opzettelijk gesticht.
De huurder erkende dat hij de brand zelf had aangestoken. Hij verklaarde evenwel dat hij daarmee een einde aan zijn leven wilde maken.
Het hof van beroep stelde vast dat de brand opzettelijk was aangestoken, maar oordeelde dat niet bewezen was dat de huurder de bedoeling had schade te veroorzaken die voortvloeide uit de verwezenlijking van een door de verzekeringsovereenkomst gedekt risico. Volgens het hof was zijn intentie gericht op zijn eigen dood en niet op de schade aan het gebouw.
Het Hof van Cassatie vernietigde die beslissing.
De beslissing van het Hof van Cassatie
Het Hof van Cassatie herhaalde eerst de toepasselijke rechtsregel:
Opdat de verzekeraar van dekking is bevrijd, is het noodzakelijk maar voldoende dat de verzekerde door zijn handelen of nalaten vrijwillig en bewust schade heeft willen veroorzaken.
Het Hof voegde daaraan twee belangrijke verduidelijkingen toe.
Ten eerste is het niet vereist dat de verzekerde de precieze aard of de volledige omvang van het schadegeval heeft beoogd.
Ten tweede verhindert het feit dat de verzekerde brand sticht met de intentie om zelfmoord te plegen niet dat hij het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt.
Het hof van beroep kon bijgevolg niet wettig besluiten dat er geen verzekeringsrechtelijk opzet was, terwijl het tegelijkertijd vaststelde dat de huurder de brand bewust had aangestoken.
Het Hof van Cassatie verwees de zaak, wat dit onderdeel betreft, naar het hof van beroep te Antwerpen.
Motief is niet hetzelfde als intentie
De belangrijkste praktische les uit het arrest is het onderscheid tussen het motief van de verzekerde en zijn intentie om schade te veroorzaken.
Het motief geeft een antwoord op de vraag waarom de verzekerde handelde.
De intentie heeft betrekking op wat de verzekerde door zijn handeling wilde teweegbrengen.
In de besproken zaak was de zelfmoordintentie het motief voor de brandstichting. Dat motief neemt evenwel niet noodzakelijk weg dat de verzekerde door het bewust aansteken van brand ook vrijwillig schade wilde veroorzaken.
De beoordeling mag dus niet stoppen bij de achterliggende reden voor de gedraging. Er moet worden onderzocht welke gevolgen de verzekerde door zijn concrete handeling bewust en vrijwillig wilde teweegbrengen.
Moet de verzekerde de precieze schade hebben gewild?
Nee.
De verzekerde moet schade hebben willen veroorzaken, maar hij hoeft niet noodzakelijk alle gevolgen van zijn gedraging te hebben voorzien of gewild.
Bij een opzettelijke brandstichting is het bijvoorbeeld niet vereist dat de verzekerde:
- de precieze verspreiding van het vuur heeft voorzien;
- alle beschadigde goederen afzonderlijk heeft beoogd;
- het exacte bedrag van de schade heeft kunnen inschatten;
- de volledige omvang van de brand- en rookschade heeft gewild.
De omstandigheid dat de uiteindelijke schade groter, ernstiger of anders is dan de verzekerde had verwacht, sluit het opzettelijke karakter dus niet automatisch uit.
Er moet wel steeds worden vastgesteld dat de verzekerde minstens schade wilde veroorzaken. De bewuste verwezenlijking van een risico zonder de wil om schade te veroorzaken, volstaat niet.
Wat is geen verzekeringsrechtelijk opzet?
De volgende omstandigheden volstaan op zichzelf niet om tot opzet te besluiten:
- de verzekerde stelde bewust een gevaarlijke handeling;
- de verzekerde wist dat schade mogelijk was;
- de schade was redelijkerwijze voorzienbaar;
- de verzekerde nam een bijzonder ernstig of onverantwoord risico;
- de verzekerde handelde roekeloos of onvoorzichtig.
Zonder de wil om schade te veroorzaken, is er geen opzet in de zin van artikel 62 Wet Verzekeringen.
Er kan in dergelijke omstandigheden eventueel sprake zijn van grove schuld. Grove schuld en opzet zijn echter verschillende begrippen en zijn aan verschillende dekkingsvoorwaarden onderworpen.
Praktische betekenis van het arrest
Het arrest van 15 januari 2026 is zowel voor verzekeraars als voor verzekerden relevant.
Voor de verzekeraar bevestigt het arrest dat de verzekerde niet de exacte aard of omvang van de schade moet hebben gewild. Een dekkingsweigering kan dus niet worden weerlegd met de enkele stelling dat de schade omvangrijker was dan de verzekerde had voorzien.
Voor de verzekerde bevestigt het arrest tegelijkertijd dat een bewust gestelde handeling niet automatisch volstaat. Er moet sprake zijn van een wil om schade te veroorzaken.
Voor de feitenrechter betekent dit dat hij een concrete beoordeling moet maken van de geestesgesteldheid en de wil van de verzekerde op het ogenblik van de feiten. Daarbij moet hij een onderscheid maken tussen:
- de bewuste handeling;
- het achterliggende motief;
- de wil om schade te veroorzaken; en
- de aard en omvang van de uiteindelijk ontstane schade.
Besluit
Er is sprake van verzekeringsrechtelijk opzet wanneer de verzekerde door zijn handelen of nalaten vrijwillig en bewust schade wilde veroorzaken.
Het is niet voldoende dat hij bewust een gevaarlijke of roekeloze handeling stelde. De wil om schade te veroorzaken blijft het essentiële criterium.
De verzekerde hoeft evenwel niet de precieze aard of de volledige omvang van de schade te hebben beoogd. Ook een ander achterliggend motief, zoals de intentie om zichzelf van het leven te beroven, sluit het opzettelijke karakter van het schadegeval niet noodzakelijk uit.
Het arrest van 15 januari 2026 bevestigt daarmee dat het verzekeringsrechtelijke opzetbegrip niet alleen wordt bepaald door de reden waarom de verzekerde handelde, maar vooral door de schade die hij door zijn concrete handelen vrijwillig en bewust wilde veroorzaken.
Veelgestelde vragen
Is iedere bewust gestelde handeling een opzettelijk schadegeval?
Nee. Het moet bewezen zijn dat de verzekerde niet alleen bewust handelde, maar ook schade wilde veroorzaken.
Moet de verzekerde de volledige omvang van de schade hebben gewild?
Nee. Het is niet vereist dat hij de precieze aard of volledige omvang van het schadegeval heeft beoogd.
Is voorzienbare schade automatisch opzettelijke schade?
Nee. Schade kan voorzienbaar zijn zonder dat de verzekerde haar wilde veroorzaken. Voorzienbaarheid kan wijzen op een fout of grove schuld, maar volstaat niet voor opzet.
Sluit een zelfmoordpoging verzekeringsrechtelijk opzet uit?
Nee. Volgens het Hof van Cassatie verhindert het feit dat de verzekerde brand sticht met de intentie om zelfmoord te plegen niet dat hij het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt.